Lokaal werk

De kracht van verandering voor een florerend Zoutleeuw

Wij  zijn verheugd  dat u dit verkiezingsprogramma leest en de tijd en moeite neemt om u te verdiepen in onze ambities, plannen en ideeën. Graag maken wij van deze mogelijkheid gebruik om onze prioriteiten  toe te lichten. N-VA Zoutleeuw  kiest voor rechtlijnigheid en transparantie omdat het nodig is.  Zoutleeuw is een stad die heeft stilgestaan terwijl de wereld veranderde. Een stad die belangrijke beslissingen te lang voor zich uitgeschoven heeft en nu  vraagt om verandering. Wij durven te kiezen en zetten ons daarmee  af tegen het grijze gemiddelde en de huidige politiek van stilstand en zelfs achteruitgang. Wij bieden  een alternatief met ons eigen verkiezingsprogramma. Een programma waarmee wij volmondig ‘Ja’ zeggen tegen de uitdagingen en kansen van morgen. Het verkiezingsprogramma  van N-VA Zoutleeuw zal niet zonder slag of stoot kunnen worden gerealiseerd. Dat willen we samen met u doen, voor, tijdens en na de verkiezingen. N-VA Zoutleeuw vertrouwt op de kracht van het lokaal bestuur. Een sterk lokaal bestuur vraagt ook om vernieuwing. Krachtige functionarissen, met heldere verantwoordelijkheden en bijpassende middelen, meer inspraak en verantwoording van de gekozen bestuurders.

1 Behoorlijkbestuur: Durven veranderen naar een beter en transparanter beleid

1.1 Analyse

Al te vaak komt de besluitvorming tot stand in de beslotenheid van het college van burgemeester en schepenen, die vanuit hun ivoren toren onze gemeente besturen. De gemeenteraad en de oppositie wordt te weinig gekend en vaak gedegradeerd tot een stem- en bekrachtiging machine. Hetzelfde geldt voor de OCMW- en politieraad. Informatievergaderingen die dan toch worden gehouden, zijn vaak niet meer dan het bekendmaken van keuzes die reeds gemaakt zijn, van plannen die reeds ontworpen zijn. 
De afstand met de bevolking wordt dan ook groot en dit terwijl de gemeente juist het politieke niveau is dat het dichtst bij de mensen zou moeten staan. Dit is nadelig voor het vertrouwen van de bevolking in het gemeentelijk beleid.

1.2 Visie

De N-VA wil anders omgaan met het gemeentelijke bestuursniveau en dit zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheid van burgemeester, schepen of gemeenteraadslid. 
De N-VA verwacht van de lokale besturen dat zij werk maken van een participatiemodel. Beslissingen moeten het resultaat zijn van een interactief proces. Mensen willen gehoord en ernstig genomen worden. Daarbij gaat het zowel om individuele burgers, verenigingen, buurt- en belangengroepen als ook om adviesorganen. Echte inspraak en participatie beginnen van bij de probleemstelling, bieden ruimte voor het onderzoeken van verschillende alternatieven en monden uit in een breed gedragen beslissing. Vaak zal de uitvoering het werk zijn van de lokale overheid en een aantal maatschappelijke actoren. 
De N-VA vraagt daarom dat voor het realiseren van een belangrijk project een referendum met een bindend karakter wordt georganiseerd. Mensen moeten verantwoordelijkheid opnemen en betrokken worden. Het algemeen belang moet primeren boven het eigenbelang.

1.3 Concreet

N-VA Zoutleeuw pleit voor de invoering van een interpellatierecht in de gemeente. Zo kan tijdens een vragenkwartiertje voor de gemeenteraad het college van burgemeester en schepenen door elke Leeuwenaar worden geïnterpelleerd over een dringende en actuele gemeentelijke kwestie van algemeen belang.
N-VA Zoutleeuw is tevens voorstander van de woordelijke publicatie van de gemeenteraadsverslagen. Deze verslagen worden gepubliceerd op de gemeentelijke website, net als de jaarlijkse begroting en de rekeningen.
N-VA Zoutleeuw wil dat het gemeentelijk loket op twee manieren toegankelijk blijft, zowel via de elektronische weg als via het traditionele fysieke loket, waarbij gestreefd wordt naar een maximale toegankelijkheid, ook tijdens de avonduren en voor personen met een handicap. 
Subsidies die uitgaan van Europa , het Vlaamse gewest of de federale overheid moeten optimaal benut worden.
N-VA Zoutleeuw wil dat het gemeentebestuur naar lokale partners zoekt, zoals wijkraden, buurtcomités en mogelijke belangenorganisaties. In de beleidsvoorbereiding moet een dialoog op gang worden gebracht d.m.v. hoorzittingen en inspraakvergaderingen. Dit gaat veel verder dan infoavonden waarbij kant-en-klare plannen worden voorgesteld. Problemen moeten eerst, samen met de betrokkenen, onderzocht en geduid worden. Vervolgens wordt naar verschillende oplossingen gezocht en pas dan is een dossier beslissinsgrijp. Dit alles waarborgt dat beslissingen door de inwoners gedragen worden.
N-VA Zoutleeuw hoedt er zich voor dat er niet teveel macht word afgestaan aan boven- en intergemeentelijke organen. Belangenconflicten worden zo vermeden. Regelmatige evaluatie van dergelijke samenwerkingsverbanden is noodzakelijk. De vertegenwoordigers en bestuurders in deze organen leggen daarom regelmatig verantwoording af aan de gemeenteraad.
N-VA Zoutleeuw is voorstander om beleidsbeslissing te onderwerpen aan een gezinstoets. Hierbij wordt nagegaan welke gevolgen de voorgenomen maatregel zal hebben voor de gezinnen met kinderen.
N-VA Zoutleeuw is voorstander van referenda die bindend zijn.

2 Verkeersveiligheid en criminaliteit

2.1 Analyse

Het verkeer en de criminaliteit worden door het merendeel van de bevolking als de meest persoonsbedreigende gevaren beschouwd. 
Jeugdige fietsers die op weg naar school aangereden worden gereden, weekendongevallen, allerlei vormen van verkeersagressie en slecht onderhoud van het wegennet zorgen voor gevaarlijke toestanden. De verantwoordelijkheid van de lokale overheid om daar blijvend strijd tegen te leveren is essentieel en noodzakelijk. Maar ook burgers hebben de plicht om hun gedrag – soms drastisch – bij te sturen: niet alleen de ‘sterke’ maar ook de ‘zwakke’ weggebruikers. Iedereen is wel eens voetganger, fietser, autobestuurder of gebruiker van het gemeenschappelijk vervoer. Kortetermijnmaatregelen moeten de baan ruimen voor een globale meerjarenplanning. Een geïntegreerd verkeersveiligheidsbeleid zet in op educatie, veilige infrastructuur en handhaving als sluitstuk. 
Veiligheid is meer dan een goedwerkende politie en bestuur. Onveiligheid moet integraal en radicaal aangepakt worden. Het vereist in eerste instantie het ‘hermodelleren’ van de samenleving. Vandaar ons pleidooi voor een preventiebeleid op het vlak van onderwijs, werkgelegenheid, armoedebestrijding, huisvesting en inburgering. 
Het zonale veiligheidsplan van de politie moet precies aangegeven welke problemen zich binnen de betrokken gemeente(n) stellen en hoe ze aangepakt moten worden. Daarbij mag de zgn. kleine criminaliteit niet worden onderschat. 
Veiligheid is zeker een kwestie van ‘meer blauw op straat’ dag en nacht, maar ook van burgers die hun verantwoordelijkheid voor zichzelf, voor elkaar en samen met anderen, opnemen. Klachten dienen steeds ernstig te worden genomen en opvolging te krijgen . Indien nodig pleit N-VA Zoutleeuw voor een nultolerantie op het gebied van kleine criminaliteit en overlast.

2.2 Visie

2.2.1 Verkeersveiligheid

Voor N-VA blijft investeren in veilige fiets- en voetpaden, wegen en oversteekplaatsen een topprioriteit. Zoutleeuw heeft ook een uitgestrekt fietsenroutenetwerk dat veelvuldig gebruikt wordt door alle bevolkingscategorieën. Het onderhoud van deze infrastructuur is van primordiaal belang en mag niet worden verwaarloosd, zoals in sommige deelgemeenten wel het geval is.
N-VA is voorstander van realistische en eenvormige snelheidsbeperkingen en van vlotte overgangen van de ene snelheidszone naar de andere met de nodige visuele ondersteuning. Zones 30 rond scholen of andere snelheidsbeperkingen die functioneel zijn op bepaalde dagen en tijdstippen worden het best op elektronische wijze aangegeven.
Op plaatsen waar vaak dezelfde verkeersovertredingen worden vastgesteld of waar veel klachten via de wijkagent gemeld worden , moet onderzocht worden of de infrastructuur en de signalisatie niet aangepast moet worden of dat een frequentere controle kan bijdagen tot een aanpassing van het rijgedrag.
Naast preventie trekt N-VA ook de kaart van de bestraffing. De pakkans moet worden verhoogd i.p.v. de boetes. De N-VA blijft eisen dat de opbrengst van verkeersboetes kan gebruikt worden in de politiezone waar de boete uitgeschreven werd. Nu vloeit het geld in niet onbelangrijke mate naar Wallonië. Deze opbrengsten moeten geïnvesteerd worden in preventie en veilige wegen.
Om de veiligheid van de schoolgaande jeugd te bevorderen, worden veilige schoolfietsroutes uitgestippeld. Daarbij worden zo veel mogelijk stille wegen ingeschakeld. Deze routes worden aanbevolen aan de scholieren en hun ouders en waar nodig wordt begeleiding voorzien.

2.2.2 Criminaliteit

De politie moet zich toeleggen op haar kerntaken, met name de efficiënte bestrijding van de criminaliteit. De politie moet worden ontlast van administratieve taken die evenzeer door niet politiemensen kunnen worden uitgevoerd. Dit resulteert in meer blauw op straat.
De wijkagent speelt een belangrijke rol bij het bestrijden van kleine criminaliteit. Als lokaal aanspreekpunt kan hij/zij snel en efficiënt optreden.
De N-VA is voorstander van de Gemeentelijke Administratieve Sancties en wil dat de gemeente gebruikt maakt van de ‘GAS-wet’. Hierdoor kan een snelle sanctie of boete worden opgelegd door het gemeentebestuur.

Sociale controle is een te vaak onderschat element in het waarborgen van veiligheid. Onverschilligheid voor wat er gebeurt in de straat of buurt moet opnieuw plaats ruimen voor betrokkenheid en verantwoordelijkheidszin.
Een goede openbare verlichting en een degelijk onderhoud van de openbare domeinen is essentieel voor meer veiligheid.

2.3 Concreet

2.3.1 Verkeersveiligheid

N-VA Zoutleeuw pleit voor doordachte preventieve controle van de bestaande wegen, fiets-/voet- en wandelpaden. Voorkomen is goedkoper dan herstellen. Bijzondere aandacht tijdens de herfst(bladeren) en winter(sneeuw en ijs) kan veel leed voorkomen.
N-VA Zoutleeuw is voorstander van verkeersluwe dorpskernen. Een studie zal uitwijzen of alternatieve routes met meer eenrichtingsverkeer een uitkomst bieden om de kern ontlasten. Een herinrichting van de markt kan bijdragen tot de heropleving van het centrum en een verhoogde verkeersveiligheid.
De schoolomgevingen moeten uitgerust worden met functioneel elektronische signalisatie.
N-VA Zoutleeuw trekt de kaart van goed doordachte en onderbouwde infrastructuuraanpassingen. De snelheidsproblematiek belangt ons allen aan. N-VA Zoutleeuw kiest prioritair voor sensibilisatie. Doch blijven controles noodzakelijk.
N-VA Zoutleeuw wenst in samenspraak met schooldirecties en leerlingenraden na te gaan hoe en waar veilige fietsroutes kunnen worden ingeplant.

2.3.2 Criminaliteit

N-VA Zoutleeuw pleit voor lokale stadswachten. Deze versterkt het veiligheidsgevoel en vergemakkelijkt de interactie tussen wijkagent/lokale politie en burger. Dit resulteert in meer blauw op straat. 
Snel en efficiënt optreden van de wijkagent speelt een cruciale rol in het bestrijden van de kleine criminaliteit. 
N-VA Zoutleeuw is voorstander van de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS-wet). Hierdoor kan een snelle sanctie of boete worden opgelegd door het gemeentebestuur.
N-VA Zoutleeuw ijvert om klachten en meldingen van burgers steeds ernstig te nemen en niet zonder gevolg te laten. 
N-VA Zoutleeuw is er zich van bewust dat gebrek aan onderhoud van openbare plaatsen en onvoldoende verlichting kleine criminaliteit in de hand werkt.
N-VA Zoutleeuw pleit voor propere en voldoende verlichte openbare plaatsen.(parken en pleintjes, fiets- en voetpaden).
N-VA Zoutleeuw is er van overtuigt dat het graveren van fietsen helpt als diefstalpreventie. Een gemeentelijk initiatief lijkt hier dan ook noodzakelijk.

3 Het sociale weefsel

3.1 Analyse

“Elke persoon heeft recht op maatschappelijke dienstverlening zodat hij een leven kan leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.” 
Overal ter wereld zijn kinderen de eerste slachtoffers van armoede. Bij ons is dat niet anders: 1 op 5 kinderen groeit op in armoede. Dat is alarmerend, want armoede raakt kinderen in alle aspecten van hun leven. Een paar jaar in armoede leven, in een onveilige woning, met een zwakke gezondheid, uitgesloten van sociale contacten en met beperkte onderwijskansen, is lang voor een kind en laat blijvend littekens na. Een kinderleven in armoede is bovendien de ideale springplank naar een volwassen leven in armoede.
Zeker tijdens een periode van crisis verzeilen meerdere groepen mensen geleidelijk aan in een uitzichtloze situatie: geen werk, geen inkomen, geen papieren, geen dak boven het hoofd, geen gezin, geen vrienden… Hierdoor leven er toch heel wat mensen aan de rand van de maatschappij, ook in Zoutleeuw.
De toenemende vergrijzing, de structurele werkloosheid, de ellenlange wachtlijsten in de sociale huisvesting, het groeiend aantal hulpvragende jongeren, de wrijvingen tussen autochtonen en allochtonen en de vereenzaming van steeds meer mensen zijn evenveel problemen waarvoor de samenleving een oplossing moet zoeken.
In de welzijnssector worden reeds heel wat middelen besteed, helaas niet altijd op de meest doeltreffende wijze. Spijtig genoeg voert het gemeentebestuur dikwijls een eigen sociaal beleid naast of (soms) tegen het OCMW. Particuliere en publieke voorzieningen zijn niet altijd op elkaar afgestemd, binnen sommige instellingen volgen de verschillende diensten een onsamenhangende en versnipperde aanpak. De administratie ervan slorpt onnodig veel tijd en geld op wat beter aan de doelgroepen zelf zou kunnen worden besteed.

3.2 Visie

Het OCMW dient de spil te zijn van het welzijnsbeleid in de gemeente. Daarom pleit de N-VA om de voorzitter van het OCMW als volwaardig schepen op te nemen in het college van burgemeester en schepenen. Hier is hij bevoegd voor alle taken op het sociale vlak. Hij moet er op toezien dat alle aspecten van het gemeentebeleid oog hebben voor kansarmen en andere probleemgroepen.
Het OCMW moet in samenspraak met het Lokaal Gezondheidsoverleg een lokaal preventief gezondheidsbeleid uitwerken. Naast de gezondheidsdoelstellingen van de Vlaamse Gemeenschap, zullen ook de lokale gezondheidsvragen behartigd worden. Een gezondheidsraad kan hier een belangrijk adviesorgaan vormen.
Voor de politieagent, meer bepaald voor de wijkagent, is ook een sociale taak weggelegd. Hij kan het OCMW inlichten als hij problemen van sociale aard vaststelt.
Het OCMW moet omgebouwd worden tot een sociaal huis. Dit wil zeggen dat de burger er terecht moet kunnen met al zijn vragen over medische, psychische, sociale, administratieve en gerechtelijke problemen. Het creëren van één loketfunctie is dan ook noodzakelijk. Het moet de drempelvrees wegnemen en bruggen bouwen met andere dienstverleningen. Hoe dan ook moet de lokale overheid de burger beter informeren over alle mogelijke vormen van hulpverlening.
Het OCMW moet het inburgeringstraject van nieuwkomers op de voet volgen. Het bureau kan zelf initiatieven nemen en de coördinatie verzorgen tussen de verschillende instanties die betrokken zijn bij het inburgeringsbeleid. Er wordt ook voldoende aandacht geschonken aan de nieuwkomer zelf. Hij wordt op zijn plichten gewezen terwijl hij de wil moet betonen om zich daadwerkelijk in te burgeren. Daartegenover staat dan een optimale begeleiding. Prioritair in dit onthaalbeleid is de verwerving van de kennis van het Nederlands door alle gezinsleden.
De diensteneconomie wordt verder uitgebouwd, zodat laaggeschoolden en mensen uit risicogroepen kunnen worden tewerkgesteld. De mogelijkheden via de werkwinkel moeten maximaal benut worden door een volledige integratie in de sociale dienst.
Er dient eveneens een volwaardig sociaal netwerk te worden ontwikkeld om langdurige werklozen, nieuwkomers en kansarmen te re-integreren op de arbeidsmarkt.

3.3 Concreet.

N-VA Zoutleeuw pleit ervoor dat de OCMW-voorzitter als schepen zetelt in het college van burgemeester en schepenen.
N-VA Zoutleeuw is voorstander voor de oprichting van een gezondheidsraad. Deze waakt over de gezondheidsproblematiek binnen onze stad. Als gemeente steunen we lopende campagnes zoals borstkankerpreventie, anti-rook campagnes ,tandenpoetsactie,… 
N-VA Zoutleeuw wil dat het OCMW voldoende aandacht blijft schenken aan het onthaal van sociaal zorgbehoevende en de gevraagde dienst- en hulpverlening (vb boodschappendienst,…) . Er moet voldoende controle zijn om domiciliefraude en in te dijken. Een op maat en individueel inburgeringstraject dient uitgevoerd te worden zodat elke ‘inburgeraar’ (anderstaligen,asielzoekers,…) zijn maatschappelijke rol van burger, ouder, werknemer, ondernemer,... volop kan opnemen.

4 Jeugd en senioren

4.1 Analyse

De vergrijzing van de bevolking neemt in Zoutleeuw, net zoals in de rest van Vlaanderen, zienderogen toe. Het aandeel ouderen t.o.v. de totaliteit van de bevolking vergroot, terwijl ook de levensverwachting stijgt. Dat de levensverwachting stijgt is op zich een positief gegeven, maar het zet de bevolkingspiramide op zijn kop: een smalle basis en een brede top. 
Jonge gezinnen hebben het financieel vaak moeilijk en zijn bijna genoodzaakt om met twee te gaan werken. Bijgevolg is de zorg voor en de opvang van de kinderen dan ook geen evidentie. Hierdoor krijgt men kleinere gezinnen. Door deze evolutie moet het beleid andere klemtonen leggen en initiatieven nemen om alles betaalbaar te houden, zo niet verliezen we de bouwstenen van onze toekomst: de jeugd.
Alle kinderen, ongeacht hun afkomst, hebben recht op een degelijke opvoeding. Dit recht is jammer genoeg niet altijd gewaarborgd. Extra hulp vanwege de overheid is noodzakelijk om iedereen optimale kansen te geven, bijvoorbeeld kinderopvang. De rol van ons onderwijs, zowel het dagonderwijs als het avond- en kunstonderwijs, is in deze van onschatbare waarde.
Niet enkel de jeugd maar ook de grote groep ouderen staat voor specifieke uitdagingen. 65-plussers dreigen veel te snel afgeschreven en aan de kant gezet te worden. Hierdoor kan een gevoel van nutteloosheid ontstaan. Nochtans beschikt Vlaanderen dankzij hen over een kapitaal aan kennis en ervaring. O.a. in het vrijwilligerswerk liggen tal van mogelijkheden om de samenleving te verrijken en om aan hun eigen leven zin te geven.
Ook worden oudere mensen te vaak als last ervaren, waarbij ze soms tegen hun eigen wil afstand moeten nemen van de vertrouwde leefomgeving.

4.2 Visie

4.2.1 Jongeren

De gemeente moet in jonge gezinnen en jonge mensen blijven investeren. Zij vormen een belangrijke schakel voor een gezonde en evenwichtige samenleving
Het gemeentebestuur zorgt voor en/of ondersteunt voldoende betaalbare buitenschoolse kinderopvang voor alle leeftijdscategorieën. Dit los van een school, met een professionele, speelse begeleiding. Er dient een optimale opvang te worden gewaarborgd. D.w.z. voor en na schooltijd en tijdens de vakantieperiodes, dit aan sociaal betaalbare tarieven.
Het gemeentebestuur moet jonge gezinnen bijstaan in hun zorg voor kinderen. Het opvoeden van kinderen is een ‘eenzame’ opdracht geworden, daarom moet er voldoende aandacht gaan naar alle mogelijke initiatieven van opvoedingsondersteuning; een databank voor kinderoppas, premie, …
Het investeren in jeugdverenigingen is voor de N-VA een absolute meerwaarde. Deze verenigingen zijn een zinvolle en toekomstgerichte aanvulling in de opvoeding van jongeren tot verantwoordelijke burgers.

4.2.2 Oud is niet ‘out’

De N-VA moedigt aan dat ouderen die langer mee verantwoordelijkheid willen dragen in de samenleving daartoe ook de kans krijgen. Onze partij schrijft de senioren niet af, maar rekent op hen. De N-VA moedigt senioren aan om zich als vrijwilliger (mee) te engageren in het verenigingsleven of andere taken op zich te nemen in de samenleving.
Ouderen moeten zolang mogelijk in de eigen omgeving verblijven. Het OCMW investeert in en ondersteunt de coördinatie van verschillende vormen van bejaardenverzorging aan huis. Burgers die instaan voor de opvang van bejaarden (mantelzorg) ontvangen daarvoor financiële steun van de gemeente.
De N-VA streeft naar voldoende bedden in rust- en verzorgingstehuizen in verhouding tot het aantal inwoners.
De N-VA ziet voor de gemeente een ondersteunende rol bij aanpassingen van bestaande woningen zodat de oudere bewoners zo lang mogelijk in hun vertrouwde omgeving kunnen blijven.

4.3 Concreet

N-VA Zoutleeuw pleit ervoor dat de bestaande kinder- en jeugdopvang wordt geoptimaliseerd. Hierbij dient meer aandacht te gaan naar de tieners. 
N-VA Zoutleeuw pleit voor een aanspreekpunt voor gezinnen met jonge kinderen. Alle informatie betreffende opvang, activiteiten, … worden hier gecentraliseerd. Deze moet ook toegankelijk zijn via de gemeentelijke website. 
N-VA Zoutleeuw vindt het belangrijk dat elke jeugdvereniging een duurzame en veilige ‘thuis’ heeft.
N-VA Zoutleeuw pleit voor minstens één ontmoetingsplaats voor onze senioren in de vorm van een pleintje en/of lokaal in elke deelgemeente. 
De N-VA streeft naar voldoende bedden in rust- en verzorgingstehuizen in verhouding tot het aantal inwoners, zodat men zo veel mogelijk in Zoutleeuw kan blijven wonen.
N-VA Zoutleeuw moedigt dat ouderen die langer mee verantwoordelijkheid willen dragen in de samenleving daartoe ook de kans krijgen. Onze partij schrijft de senioren niet af, maar rekent op hen. 
N-VA Zoutleeuw ziet hun senioren niet graag vertrekken en wil ze helpen via logistieke en administratieve ondersteuning om ze zolang mogelijk in hun vertrouwde omgeving gehuisvest te houden.

5 Sport en vrijetijd

5.1 Analyse

Het ontbreken van het sociale leven in Zoutleeuw en de verschillende deelgemeenten bepaalt in niet geringe mate de sfeer die uitgaat van onze gemeente.
Jeugd is genoodzaakt om zijn sociale leven buiten de gemeente te beleven. Tevens is het aanbod van activiteiten voor senioren ontoereikend. 
Gezond sporten is de beste investering voor een preventief gezondheidsbeleid. Bovendien is sport het sociaal bindmiddel bij uitstek. Jong of oud, autochtoon of allochtoon, iedereen kan via een kwalitatief gemeentelijk sportbeleid aangesproken worden. De gemeente speelt dan ook een cruciale rol in het sportgebeuren.
Toch zijn niet alle indicaties hoopgevend. De fysieke conditie van onze jongeren gaat er nog steeds op achteruit, terwijl het aantal sportclubs en het aantal aangesloten leden bij de meeste sportclubs eveneens in een neerwaartse lijn ligt. Zich toeleggen op een bepaalde sport in een bepaalde club en deze trouw blijven is niet langer het model. De ‘sportconsument’ zoekt meer het korte bewegingsmoment dat voor hem het best past waarbij hij t.o.v. de organisatie of club geen enkel engagement opneemt.
Niettegenstaande blijven de sportclubs de draaischijven bij uitstek. Zij ervaren weinig ondersteuning en hebben het steeds moeilijker om de eindjes aan elkaar te knopen. Niet-sportieve initiatieven als tombola’s of wafelverkopen worden op het getouw gezet om het hoofd boven water te houden. Zo verschuift de aandacht van het sportieve naar sportvreemde activiteiten waaraan het gemiddelde lid eigenlijk geen boodschap heeft. In die optiek is er een wanverhouding met de middelen die de overheid veil heeft voor ‘Sport voor Allen’. Investeren in sport is besparen op gezondheidszorg.
Het is een uitdaging om een gezond evenwicht te vinden waarbij respect en begrip de basisingrediënten zijn en waarbij de gemeente gepast optreedt.

5.2 Visie

N-VA vraagt voldoende basisinfrastructuur om een degelijk sport- en/of vrijetijdsaanbod te kunnen waarborgen. Indien mogelijk wordt dit verwezenlijkt via publiek-private samenwerking. De infrastructuur wordt voor iedereen ter beschikking gesteld : zowel voor sportclubs en individuele sportbeoefenaars als voor verenigingen en privé initiatieven tegen sociaal aanvaardbare tarieven of gratis.
N-VA wil alle doelgroepen gelijke kansen bieden en deelname aan sport en sociale activiteiten stimuleren.
‘Sport voor Allen’-acties worden op touw gezet om mensen van alle leeftijden bewuster en gezonder te laten leven.
Met de financiële steun van de Vlaamse overheid wordt er geïnvesteerd in de kwaliteit van de (jeugd)opleidingen en de vorming van trainers, begeleiders, bestuursleden en scheidsrechters. 
In samenspraak met scholen, sportclubs en de Vlaamse sportfederaties worden naschoolse sportactiviteiten en initiatielessen georganiseerd. Van belang bij een gedegen sportbeleid is dat de driehoek “gemeente-school-sportclub” optimaal functioneert.
De N-VA wenst een pro-actief beleid te voeren waarbij nieuwe sporten gepromoot en gestimuleerd worden.
De aandacht van het gemeentelijk subsidiëringsbeleid dient voor de N-VA eerder te liggen op het recreatieve en sportverenigingen die jongeren en volwassenen een kans geven hun sport te beoefenen.

5.3 Concreet

N-VA Zoutleeuw stelt voor om in onze stad een beleidsplan op te stellen waarbij al de sportinfrastructuur geïnventariseerd wordt en de verhuur- en subsidiepolitiek uitgestippeld wordt. Dit om alle inwoners de kans te geven er optimaal gebruik van te maken.
N-VA Zoutleeuw wenst de activiteitsgraad en functionaliteit van “De Passant” te optimaliseren. Het complex moet tevens dienst doen als (h)echte ontmoetingsplaats, net als de bestaande parochiezalen in de deelgemeenten.
Het vinden van een geschikte infrastructuur voor fuiven, optredens, free podia, … is prioritair.
N-VA Zoutleeuw is er zich van bewust dat met kleine investeringen aantrekkingpolen en ontmoetingsplaatsen kunnen worden gecreëerd. Ze vormen een schakel tussen jong en oud. Petanquebanen, zitbanken, grote aangelegde schaakborden zijn hier een goed voorbeeld van. 
Op pleintjes en parken kunnen naast speeltoestellen ook sporttoestellen worden geplaatst. Zo kunnen kinderen en jongeren naar hartenlust sporten en hun vaardigheden bijschaven.
N-VA Zoutleeuw is voorstander van het aanleggen van een verlichte Finse piste in de gemeente. Hierdoor kunnen ernstige en langdurige letsels worden voorkomen. Het is dan ook geen overbodige luxe.
N-VA Zoutleeuw wil dat de gemeente de Leeuwenaars aanmoedigt om te bewegen. Het verlenen van sportcheques is daarbij een mogelijkheid. Het zou alvast ook de drempel voor kansarme groepen verlagen. Begeleide activiteiten zoals start-to-run, start–to-bike, wandel- en fietstochten vormen een goede aanzet tot gezonder leven.
Zoutleeuw moet een wandel- en fietsgemeente bij uitstek worden: bewegwijzerde fiets- en wandelpaden, veilige, zuivere en brede fietspaden, het stimuleren van fietsverhuur, fietsparkings, enz…

6 Cultuur en Toerisme

6.1 Analyse

Vlaanderen heeft een rijk cultureel leven: dat blijkt zowel uit het enorm grote cultureel erfgoed als uit de schijnbaar onuitputtelijke culturele creativiteit. Het bonte sociaal-cultureel verenigingsleven is een unicum in Europa en is zeer fijnmazig georganiseerd. Cultuur en cultuurbeleid blijven bij uitstek lokale aandachtspunten
De jongste decennia heeft het gemeentelijk cultuurbeleid, mede dankzij de steun van de Vlaamse overheid, sterk aan belang gewonnen. Vooral in de sectoren van de bibliotheken, de cultuur- en gemeenschapscentra, het sociaal-cultureel werk, de monumentenzorg, de musea en het erfgoed is de inbreng van de Vlaamse overheid niet meer weg te denken. Ook de inspraak en participatie van de verenigingen en de gebruikers zijn een verworvenheid.
Het verenigingsleven wordt geconfronteerd met een verzwakkend sociaal weefsel waardoor het op zoek moet naar een tweede adem. 
Niet alle historische gebouwen kunnen door de overheid worden beschermd en/of aangekocht. De gemeente heeft de opdracht niet-beschermde maar waardevolle gebouwen te helpen restaureren en er een eigentijdse bestemming aan te geven. Via deskundig advies en een premiestelsel kunnen eigenaars en bewoners geholpen worden.
Lokale tradities, gebruiken en volkssporten zijn de moeite waard om in stand te worden gehouden. In samenspraak met het verenigingsleven moet nagegaan worden hoe ze kunnen worden verder gezet. Ook de rijkdom van het plaatselijke dialect mag niet over het hoofd worden gezien.
Het cultuurtoerisme verdient meer aandacht en promotie. Onze gemeente heeft een aantal gebouwen, straten, figuren,… waar een boeiend verhaal aan vastzit. Deze plaatsen kunnen met elkaar verbonden worden via een cultuurhistorische wandel- of fietsroute, eventueel via intergemeentelijke samenwerking.
Horeca , toerisme en lokale activiteiten, al dan niet privé initiatieven, zijn ingrediënten om nieuw leven in onze gemeente te brengen. Waar de horeca moeilijke tijden kent zien we dat toerisme niet verder ontwikkelt. Toch hebben we een verscheidenheid aan cultuur, groen, en andere toeristische trekpleisters.

6.2 Visie

Het gemeentelijk beleid moet erop gericht zijn mensen naar cultuur te brengen en cultuur naar mensen. Cultuur brengt mensen samen en verlegt grenzen. 
Naast het ondersteunen van de reguliere werking, moeten er ook impulsen worden gegeven voor experimenten, vernieuwing en voor drempelverlagende initiatieven voor specifieke doelgroepen (jongeren, anders validen, allochtonen, senioren, kansarmen,…)
Kennismaking met andere culturen moet ook worden gesteund en gepromoot. Dit bevordert de openheid en de verdraagzaamheid. Het sluitstuk van inburgering is stimulansen geven aan allochtonen opdat zij zich niet opsluiten in hun eigen verenigingsleven maar de weg vinden naar de reeds bestaande initiatieven. Inburgering is een verhaal met twee zijden. Zowel allochtonen als autochtonen moeten een inspanning leveren.
Prioritair zijn een dynamisch cultuurbeleid en het ondersteunen van het plaatselijke cultureel leven (verenigingen, evenementen, kunstenaars). Zowel de actieve cultuurparticipatie als de passieve cultuurconsumptie moeten aangemoedigd worden. 
Het sociaal-cultureel verenigingsleven wordt ondersteund door het ter beschikking stellen van infrastructuur, logistieke steun, bekendmaken activiteiten, gratis advies inzake respectievelijke wetgevingen, enz. Voor dienstverlening kan men steeds terecht bij de betreffende dienst.
De openbare bibliotheek moet zich verder ontwikkelen tot een centrum voor informatie en communicatie, waarbij naast het boek ook alle andere informatiedragers beschikbaar zijn.
Het culturele gebeuren mag zich niet beperken tot de culturele infrastructuur. Om zoveel mogelijk mensen met meerdere cultuurvormen in contact te brengen moet cultuur wijd gepromoot worden. Uiteraard wordt daarvoor samengewerkt met wijkorganisaties, buurtgebonden verenigingen, plaatselijke scholen, enz.
De N-VA wil horeca en toerisme aanzwengelen maar ook de overlast beteugelen. Toeristische troeven moeten optimaal worden uitgespeeld.
De dienst ‘toerisme en cultuur’ dient bereikbaar te zijn op vrijetijdsuren. Toeristische informatie moet verkrijgbaar zijn op meerdere plaatsen (bakker, cafés,…), terwijl digitale en on-line toepassingen deze bereikbaarheid eveneens verhogen.
Aan het cultuurhistorisch patrimonium moet buitengewone aandacht worden besteed en waardevolle gebouwen moeten worden gerenoveerd.

6.3 Concreet

N-VA Zoutleeuw wil het cultureel aanbod uitbreiden en differentiëren. De cultuurzaal moet meer benut worden. 
N-VA Zoutleeuw wenst het organiseren van wijk- en buurtfeesten te stimuleren. Voor evenementen en kermissen zijn markt en pleinen ideale locaties. Organisatorische samenspraak met de middenstand is wenselijk en zelfs noodzakelijk.
N-VA Zoutleeuw ijvert ervoor om openbare gebouwen en plaatsen als expositie ruimten ter beschikking te stellen voor plaatselijke kunstenaars. 
N-VA Zoutleeuw wil de goedwerkende openbare bibliotheek aanmoedigen en het zoeken naar nieuwe opportuniteiten ondersteunen. 
N-VA Zoutleeuw oppert dat er duidelijke afspraken worden gemaakt van goed nabuurschap tussen horeca, organisatoren van evenementen, buurtbewoners en gemeente. In samenspraak met het gemeentelijk bestuur dient de organisatie een draaiboek te maken. Tegen overtredingen moet consequent worden opgetreden.
N-VA Zoutleeuw vindt dat het cultureel beleid moet bijdragen tot de bevordering van het historisch besef van de bevolking. Dit kan door het ondersteunen van de heemkundige kring, het aanmoedigen van historische publicaties en onderzoek, organisatie van herdenkingen en tentoonstellingen, enz. Daarbij moet in het bijzonder rekening worden gehouden met het bereiken van kinderen en jongeren.

7 Ruimtelijke orde en verkeer

7.1 Analyse

‘Hoe moet het dorp, de nieuwe woonwijk in de stad of het buitengebied er in de toekomst uit gaan zien?’ Dat is dus iets dat ons allemaal aangaat. Vraag maar eens aan een aantal mensen waar het nieuwe gemeentehuis, een nieuw woongebied of een windmolen moet komen. Vaak zullen ze antwoorden dat ze zoiets misschien wel willen, maar niet in de buurt van hun eigen woning of niet op de plaats van die oude monumentale boerderij. De Engelsen hebben dit verschijnsel zelfs een naam gegeven, namelijk NIMBY (not in my backyard). Maar veel bedrijven willen juist betere verbindingen. Natuur- en milieuorganisaties willen meer ruimte voor natuur en terugdringing van bijvoorbeeld het verkeer in allerlei gebieden. De boeren willen hun landbouwgrond niet kwijt, terwijl de modale burger zijn woning wil uitbreiden of aanpassen zonder te veel bemoeienis van de gemeente. Het te lang gevoerde gedoogbeleid en de alles-kan alles-mag-mentaliteit laten nog steeds hun sporen na: hierdoor ontstaat een versnipperd landschap met een chaos van bouwstijlen. 
Duurzame mobiliteit kan worden omschreven als het zo optimaal mogelijk gebruik maken van de infrastructuur (wegen, spoor en water) en de beschikbare vervoersmiddelen (fiets, bus,trein, auto, motor, brommer e.d.), waarbij gestreefd wordt naar veiligheid, minimale uitstoot van schadelijke gassen en geluidshinder, optimale bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, leefomgeving en zekerheid van energievoorziening. De zoektocht naar de passende oplossingen in de mobiliteitsproblematiek (files, organisatie openbaar vervoer) is dan ook niet gemakkelijk en loopt vaak vast op de gevolgen van een decennialang ontbrekend of gebrekkig beleid inzake ruimtelijke ordening. De files zijn nefast voor de economie, tasten de woonkwaliteit van steden en dorpen aan (sluipverkeer, geluidshinder, luchtvervuiling, ongevallen, snelheid…) en maken winkel- en toerisme onaantrekkelijk. 
Andere bronnen van ergernis in het verkeer zijn o.m. de nog steeds dominante plaats van de auto in vergelijking met de voorzieningen voor gemeenschappelijk vervoer en zwakke weggebruikers, de slechte staat van de wegen (en vooral fiets- en voetpaden), de gebrekkige bewegwijzering, onvoldoende verlichting en de toenemende verkeersagressie.

7.2 Visie

7.2.1 Ruimtelijke ordening

Duurzame ontwikkeling behelst een visie op heel de samenleving. Toch zijn er twee heel concrete raakpunten waarmee iedereen dagelijks geconfronteerd wordt: mobiliteit en ruimtelijke ordening.
De N-VA bepleit een evenwichtige ruimtelijke ordening, waar plaats is voor wonen, landbouw, industrie, recreatie, natuur,… De gemeente die zorg wil dragen voor een goede ruimtelijke ordening moet zijn verantwoordelijkheid ter zake opnemen.
Vragen en klachten die de bevolking in de afgelopen periode hebben ingediend moeten behandeld worden. Een antwoord of verdediging op deze vragen/klachten is een elementaire vorm van beleefdheid.
De N-VA wenst de schaarse open ruimten te vrijwaren en het landelijke karakter ervan te behouden.

7.2.2 Mobiliteit

Volgens N-VA betekent duurzame mobiliteit het verhogen van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid, waarbij de leefbaarheid van de woonomgeving cruciaal is en het verminderen van de milieuvervuiling essentieel. Goede bereikbaarheid, zowel overdag als ’s nachts, is belangrijk voor de veiligheid en economische ontwikkeling en draagt bij tot het sociaal-cultureel leven. Het geeft mensen de mogelijkheid om op verschillende plaatsen te wonen, werken en ontspannen.
De N-VA wil zowel het openbaar vervoer, als het fietsers- en voetgangersverkeer maximaal stimuleren. Hierbij gaat het voor N-VA prioritair om het woon-werkverkeer en de korte verplaatsingen.
Er moet gezorgd worden voor een evenwicht tussen bereikbaarheid en leefbaarheid. Dit betekent voldoende en goed aangeduide parkeermogelijkheden, een evenwichtig uitgebouwd openbaar vervoersnet en voldoende fietsstallingen. Bij het opstellen van verkeersplannen en de aanleg van straten en pleinen wordt bijzondere aandacht geschonken aan de verschillende vervoersmodi.
Vanuit de technische dienst zal het gemeentebestuur zorg dragen voor en aandacht besteden aan de zicht- en leesbaarheid van wegwijzers, verkeersborden en straatnaamborden.
Dorpskernen en marktpleinen moeten verkeersluw worden gemaakt. Hiervoor wordt een verkeersplan opgesteld in elke gemeente. Het doorgaand verkeer wordt zoveel mogelijk omgeleid of nieuwe wegen worden desnoods aangelegd. Hierdoor moeten dorpskeren en marktpleinen terug leefbaar worden.

7.3 Concreet

7.3.1 Ruimtelijke ordening

N-VA Zoutleeuw bepleit een ruimtelijke ordening, die het mogelijk maakt in de gemeente goed te kunnen wonen en leven met als streven naar maximale milieudoelstellingen. Ruimtelijke ontwikkelingen ontstaan vanuit de vraag naar ruimte voor functies (wonen, werken, voorzieningen). De bestaande ruimtelijke structuur is bepalend voor verdere ontwikkelingen. 
N-VA Zoutleeuw verwacht van de betreffende administratie klantvriendelijkheid en transparantie naar de burger toe. Vragen en klachten moeten steeds serieus genomen worden en binnen een redelijke termijn beantwoord. 
N-VA Zoutleeuw vraagt een structuurplan dat bijdraagt maar ook vasthoudt aan de cultuurhistorische identiteit van Zoutleeuw. Er is steeds meer behoefte aan een omgeving met een eigen identiteit en daarbij passende kwaliteit. De “historische gebouwen in een landschappelijke omgeving” vormen het ruimtelijk “handelsmerk” van de gemeente.
N-VA Zoutleeuw wenst de schaarse open ruimten te vrijwaren en het landelijke karakter van de gehuchten te behouden. Nieuwe projecten moeten met de grootste zorg en met inspraak van de bevolking worden ingeplant.
N-VA Zoutleeuw wil leegstaande en verwaarloosde gebouwen inventariseren en zo snel mogelijk een nieuwe bestemming geven. Het zijn aantrekkingspolen voor zwerfvuil en vandalisme. Ze ontsieren niet alleen een buurt, ze kunnen voor een minwaarde zorgen bij de verkoop van een naburig pand.

7.3.2 Mobiliteit

N-VA Zoutleeuw is voorstander van duurzame mobiliteit waarin bereikbaarheid en verkeersveiligheid een prioriteit krijgen. 
N-VA Zoutleeuw wil het gebruik van het openbaar vervoer stimuleren zodat het aandeel ervan stijgt. Frequentie en aanbod moeten afgestemd worden op de maatschappelijke noden van deze tijd. Ons fietsgebruik moet aangemoedigd worden, niet alleen voor de verplaatsing van woon/werk en woon/school, maar ook tijdens de vrijetijdsbeleving. 
N-VA Zoutleeuw gaat voor een evenwicht tussen bereikbaarheid en leefbaarheid. Bij het opstellen van verkeersplannen en de aanleg van straten en pleinen wordt bijzondere aandacht geschonken aan de verschillende vervoersmodi.
Het gemeentebestuur stimuleert de verkeersopvoeding en richt zich hierbij tot alle categorieën weggebruikers. Niet alleen de automobilisten, maar ook de zwakke weggebruikers moeten zich ervan bewust zijn dat iedereen het verkeersreglement moet naleven.
N-VA Zoutleeuw zal er op toezien dat de technische dienst zorg draagt voor en aandacht besteedt aan de zicht- en leesbaarheid van bewegwijzering.
N-VA Zoutleeuw wil in samenspraak met bewoners en plaatselijke middenstand de dorpskernen herwaarderen en hun veilig authentiek karakter terug bezorgen. 
N-VA Zoutleeuw is voorstander om de integrale toegankelijkheid van alle openbare gebouwen en plaatsen voor mensen met een handicap te verwezenlijken. In Zoutleeuw is er op dat gebied al veel vooruitgang geboekt, maar waar nodig moet ook het openbare domein worden aangepast: stoepranden en voetpaden rolstoelvriendelijk maken, ruime parkeerplaatsen voor mensen met een handicap en strengere controle op deze parkeerplaatsen,… Er kan bijvoorbeeld ook een premie worden toegekend aan handelaren die bij verbouwingswerken hun zaak toegankelijk maken voor mensen met een handicap.
Om het beleid naar personen met een handicap toe te verbeteren stelt de gemeente best een gehandicaptenbeleidsplan op, in samenwerking met de bevoegde adviesraden.

8 Leefomgeving en ecologie

8.1 Analyse

Al te vaak menen politici dat ze kunnen ‘scoren’ met prestigieuze projecten zoals het nieuwe gemeentehuis “aen den hoorn”. Op zich allemaal mooi en wel, maar wat mensen ergert is dat het onderhoud van de bestaande infrastructuur vaak te wensen overlaat. Zwerfvuil, slecht liggende stoepen en fietspaden , overdreven onkruid, graffiti, …zorgen vaak voor een wanordelijk uitzicht en zetten onbewust tot nog meer verloedering aan.
Daarnaast is het de opdracht van iedereen om duurzaam om te gaan met grondstoffen en energiebronnen. Nog al te vaak springt men onverantwoord om met energie, zeker als ze de gemeenschap toebehoort. De gemeente moet niet alleen het goede voorbeeld geven, ze kan ook initiatieven nemen om duurzaamheid te bevorderen en rationeel energiegebruik te promoten. Het principe van het goed huisvaderschap is daarbij de leidraad.
Ook de strijd om zuiver grondwater is nog lang niet gestreden. In Vlaanderen zijn nog steeds heel wat woningen niet aangesloten of niet aansluitbaar op het gescheiden rioleringsnet, terwijl nog steeds te veel hemelwater wordt afgevoerd via eenzelfde rioleringsnet. Dit is niet alleen nefast voor het zuiveren van het echt vervuilde water, maar ook voor risicozones in lager geleden gebieden die bij watersnood onder water komen te staan.

8.2 Visie

Iedereen moet zijn of haar verantwoordelijkheid nemen om het openbaar domein er verzorgd te laten bijliggen. Groen, bomen en platen geven kleur aan onze directe leefomgeving en hebben ook een plaats in de woon- en industriezones. Bovendien zijn zij nuttig bij het zuiveren van vervuilde lucht.
De openbare gebouwen worden opgetrokken of gerenoveerd in duurzame en energiebesparende materialen waarbij zuinigheid vooropstaat.
Ons afval moet op een efficiënte wijze verwerkt worden volgens het principe van ‘de vervuiler betaalt’. Ons oppervlaktewater moet opnieuw een biotoop worden voor fauna en flora.
De N-VA zet zich in voor schone en keurige straten en pleinen. Dit vergt zowel inspanningen van de eigen gemeentediensten als van het overtuigen van de bevolking om mee zorg te dragen voor het openbaar domein.
In principe moeten particulieren gesorteerd afval kosteloos kunnen aanbieden op het containerpark? De lokale overheid moet ook inspanningen leveren om bepaalde soorten afval in te zamelen, bv. sloop- en asbesthoudend afval. 
De N-VA kiest voor functionele openbare verlichting. Alle vormen van lichtvervuiling, zoals laserlichten, moeten worden aangepakt en verboden worden. De verlichting van openbare gebouwen moet na middernacht zoveel mogelijk worden beperkt of zelfs volledig gedoofd.
Retributies om aan te sluiten op het openbaar rioleringsnet worden afgeschaft. De gemeente moet het individuele behandelingsinstallatie voor afvalwater subsidiëren. De gemeente moet zelf mee verantwoordelijkheid nemen om rietvelden en andere alternatieve zuiveringsinstallaties te realiseren. Gescheiden rioleringstelsels moeten de regel worden en voor regenwater zal een maximale infiltratie toegepast worden. Risicozones voor overstromingen die gelegen zijn in woon-, industrie- of ambachtelijke zones worden prioritair aangepakt. Op basis van de watertoets worden niet langer verkavelingvergunningen afgeleverd voor gebieden waar het overstromingsgevaar te groot is. 
Het gebruik van hemelwater in het huishoudelijk en industrieel waterverbruik moet worden gestimuleerd, o.m. door een subsidie voor de aankoop en plaatsing van hemelwaterputten en voor de aanpassing van een gebouw voor het huishoudelijke of industrieel gebruik van hemelwater.
Het willekeurig dempen, overwelven en betonneren van grachten en sloten moet worden vermeden. Waar mogelijk is moet alles in de oorspronkelijke staat worden hersteld. Ze moeten minsten eens per jaar worden geruimd om de infiltratie te bevorderen. Op die manier wordt de problematiek van zowel grondwaterpeil als het overstromingsgevaar aangepakt.
Een belangrijk criterium bij het aankopen van gemeentevoertuigen, ook voor politiediensten is de de EcoScore. Deze houdt rekening met laag verbruik, luchtvervuiling, lawaaierigheid, uitstoot van broeikasgassen en de onderhoudskost.
De gemeente moet verantwoordelijke maatregelen nemen ter beheersing en inperking van hinder door zwerfdieren (duiven, katten,…).
Bij de planning van openbare werken moet zoveel mogelijk worden getracht alle nutsleidingen en bekabeling ondergronds te plaatsen.

8.3 Concreet

N-VA Zoutleeuw ijvert voor voldoende vuilnisbakken langs wandel- en fietspaden zodat wandelaars en fietsers op een correcte manier hun afval kunnen deponeren. 
N-VA Zoutleeuw verwacht dat alle onderhoud- of herstellingswerken aan slechte wegen uitgevoerd worden zodra de gemeente hiervan op de hoogte werd gebracht. Dit om verdere schade aan de bestaande infrastructuur of derden te vermijden. 
Voor het onderhoud van straten en pleinen kan een beroep gedaan worden op leefloontrekkers in een trajectbegeleiding. Occasioneel kan beroep gedaan worden op jobstudenten of vrijwilligers. In samenspraak met de parketten kunnen alternatieve straffen opgelegd worden in het onderhoud van het openbaar domein.
N-VA Zoutleeuw pleit voor het voorafgaandelijk organiseren van infoavonden tussen inwoners enerzijds en de bouwheer met zijn aannemers anderzijds. Het overschrijden van de voorziene einddatum moet consequent beboet worden. Indien de openbare werken het regelmatig afsluiten van de nutsvoorzieningen vereisen, moet dit tijdig vooraf, via een pamflet in de bus, gemeld worden. Bij heraanleg en nieuwbouw moeten de nutsvoorzieningen ondergronds worden aangelegd.
N-VA Zoutleeuw is voorstander voor het kosteloos aanbieden van herbruikbaar materiaal (groenafval,beton, ijzer,… ) voor particulieren. Onherbruikbaar en niet-recycleerbaar materiaal (asbest,verfresten,…) worden tegen een vergoeding aanvaard. Desondanks wordt een nultolerantie voor sluikstorten toegepast en bij vaststelling streng beboet. Hier geld het principe ‘de vervuiler betaalt’.
N-VA Zoutleeuw kiest voor functionele openbare verlichting. 
Verlichting van kerken, historische gebouwen,… worden na middernacht gedoofd.

9 Ondernemen stimuleren

9.1 Analyse

Lokale economie is belangrijk voor de vitaliteit van een stad. Ze verstevigen niet alleen de economische positie van bewoners en ondernemers in een stad maar maken ze ook sterker en veerkrachtiger . Uiteraard zijn ondernemers zelf verantwoordelijk voor het slagen van hun onderneming. Maar als bestuur moet men zich de vraag durven stellen hoe de gemeente hen kan helpen en stimuleren om van hun bedrijf een succes te maken.
Ook bevordert het de werkgelegenheid. Werk geeft mensen structuur, zelfstandigheid en een hoger inkomen, met meer bestedingsruimte. Bedrijvigheid in een stad zit dicht bij de afnemers. Het vergroot de levendigheid en leefbaarheid, maar ook de integratie van de bewoners en allochtonen. Werken betekent immers meedoen in de samenleving. Als mensen in hun eigen stad economische activiteiten zien, stimuleert dat. Niet iedereen hoeft in de eigen z’n eigen stad te werken. Maar de zichtbaarheid van (nieuwe) bedrijfjes is van belang: zien werken, doet werken. Economische activiteit in een stad, brengt jongeren op jonge leeftijd in aanraking met werk en de structuur van een werkend bestaan. 
Belastingen zijn onlosmakelijk verbonden met ondernemen. Belastingen en retributies worden geheven op de allerhande grondslagen. Ook de regelgeving is niet altijd even transparant en kan voor de ondernemer een bijkomende administratieve last zijn zonder toegevoegde waarde. 
De ruimte om te ondernemen is een ander heikel punt. De bedrijven die er nu zijn moeten de mogelijkheid krijgen om te expanderen of zich te vestigen in een industriezone. Daarenboven komt nog eens een veelheid aan administratieve verplichtingen, de rompslomp en de vaak wijzigende regelgeving die ondernemers demotiveert. Vele bedrijfsleiders voelen zich aan hun lot overgelaten.
De land- en tuinbouwsector heeft een specifieke problematiek. De landbouwers zijn de architecten van ons landschap: zij zorgen voor groen en onderhouden het vakkundig. De huidige generatie landbouwers heeft gekozen voor een kwaliteitsvolle en milieubewuste landbouwproductie waardoor de kloof tussen bio-landbouw en de klassieke cultuur steeds kleiner wordt.

9.2 Visie

De N-VA pleit voor het beter benutten en onderhouden van bedrijventerreinen, in beheer van de gemeente. Er moet werk worden gemaakt van het ontwikkelen van bedrijventerreinen die buiten de woonkernen liggen met een goede bereikbaarheid. Ook het verzamelen van bedrijven in één gebouw (bedrijfsverzamelgebouw). Dit bied een meerwaarde omdat er makkelijk zakelijke netwerken ontstaan en omdat er diverse faciliteiten zijn
Binnen de gemeentelijke administratie moeten alle ondernemingen aan één loket terecht kunnen voor alle dienstverleningen en het verstrekken van alle nuttige overheidsinformatie.
Ondernemingen worden begeleid bij het aanvragen van vergunningen en het principe van het gezaghebbende advies moet worden gehanteerd. Dit wil zeggen dat wanneer ondernemingen handelen conform het verstrekte advies zij ook zekerheid hebben voor een correcte afhandeling.
Naast de dienstverlening aan bedrijven neemt de gemeente ook de dienstverlening aan burgers onder de loep. De gemeente moet niet alleen regels vereenvoudigen, maar ook aandacht schenken aan de algehele dienstverlening. Ondernemers hebben vaak begrip voor een bepaald standpunt van de gemeente, maar het is vaak 'de manier waarop' waarvoor ze geen begrip kunnen opbrengen. Tijdig terugbellen, even tussendoor informeren of even om de tafel zitten met de ondernemer, kan veel onbegrip en ongemak voorkomen.
Ook als kleinere gemeente moeten we initiatieven nemen om bedrijven, KMO’s, zelfstandigen , onderwijsinstellingen samen brengen, zodat er een structureel overleg tot stand komt en beiden zich beter op elkaar kunnen afstemmen. Zo weten de onderwijsinstellingen in de onmiddellijke omgeving wat de behoeften zijn op de werkvloer en kunnen de ondernemers zich engageren om voldoende stageplaatsen te voorzien. 
Kleine zelfstandigen hebben behoefte aan een ander vestigingsklimaat dan grote bedrijven. Door vestiging van bedrijfjes in de centra ontstaat een heterogeen straatbeeld, wat gunstig is, maar de regelgeving ingewikkelder maakt. Ook eenpersoonsbedrijven of kleine bedrijven moeten immers voldoen aan de milieuregels en het bestemmingsplan. Dat vergt duidelijkheid over welke bedrijven we wel en welke we niet acceptabel vinden in een woonwijk. Kleine ondernemers hebben vaak moeite een geschikt bedrijfspand te vinden, omdat leegstaande panden vaak speculatief worden opgekocht en daarna niet of tegen een hoge prijs op de markt komen.. Als een bedrijf in de stad is gevestigd, is het zaak het daar te houden, ook als het van eigenaar wisselt.

9.3 Concreet

N-VA Zoutleeuw is voorstander van een beter vestigingsklimaat met een optimaal voorzieningsniveau. Dit kan gerealiseerd worden door het aanleggen van bedrijventerreinen en bedrijven verzamelgebouwen. De ontsluiting tot deze bedrijventerreinen is cruciaal. Niet alleen voor de bereikbaarheid (toegangswegen) naar de onderneming maar ook voor de leefbaarheid van een stad. 
De buurtwinkel en de detailhandel zijn op vele plaatsen verdwenen. De gemeente moet stimulansen geven om in gehuchten en wijken opnieuw buurtwinkels en detailhandels aan te trekken.
N-VA Zoutleeuw pleit voor één ondernemersloket dat een eerste aanspreekpunt voor alle ondernemers of mensen die plannen hebben om te ondernemen. Het is een fysiek loket bij de gemeente, waar medewerkers van de gemeente de ondernemer informatie geven over onder meer vestigingsmogelijkheden, vergunningen, bestemmingsplannen en subsidies maar tevens over beschikbare panden en een overzicht van beschikbare vacatures en werkzoekenden . Deze info moet ook via de website van de gemeente beschikbaar gesteld worden. 
N-VA Zoutleeuw pleit dat de eigenaars van leegstaande en verkrotte bedrijfsgebouwen zo snel mogelijk een herbestemming vinden voor dit pand. Een leegstandstaks kan de verantwoordelijkheid houden waar die hoort: bij de eigenaar. Hiermee kan men als gemeenten slagvaardig optreden tegen ongewenste vastgoedontwikkelingen en zo ruimte krijgen om het vestigingsklimaat structureel te verbeteren. 
N-VA Zoutleeuw is van mening dat de infrastructuur moet aangepast zijn aan het specifieke karakter van de ondernemingen. Zo moeten drankgelegenheden op een marktplein voldoende plaats krijgen om hun terras te kunnen plaatsen.
De Zoutleeuwse landbouwbedrijven kunnen mee ingeschakeld worden in het toeristische aanbod. We denken hier zowel aan hoevetoerisme als het ter beschikkingstellen van kampplaatsen.
Ook moet men aandacht schenken aan het herstel en de herbestemming van grote monumentale panden, het uitbreiden en verbeteren van de parkeercapaciteit.
N-VA Zoutleeuw is vragende partij om een ondernemersraad op te richten. Hierdoor kan de communicatie tussen gemeente en ondernemers vlotter verlopen. Werkzaamheden en infrastructuurwerken die hun economische activiteit beïnvloeden worden aldus tijdig kenbaar gemaakt.